Trainerscursus – Bijeenkomst 6

Gisteren was het weer zover: de volgende bijeenkomst van de cursus. Voor mij al de laatste bijeenkomst, want ik kan er de laatste bijeenkomst (over drie weken) helaas niet bij zijn. Dan ben ik met groep 8 mee op schoolkamp. De opdrachten zijn weer goedgekeurd, wat erg fijn is, want het einde van de cursus komt nu wel in zicht. En ik zou het wel erg prettig vinden als ik alles voor de zomervakantie af kan ronden.

De thema’s van gisteren waren ‘MOZ’ (Meerjaren Opleidingsplan Zwemmen) en ‘vlinderslag’. Bij het praktijkgedeelte en het laatste theoretische gedeelte werd er nog een thema aan toegevoegd, namelijk ‘starten’. De theorie begon met een uitleg van de Proeven van Bekwaamheid. Dit zijn drie opdrachten die we moeten doen na afronding van de opdrachten die bij de bijeenkomsten horen. Met die opdrachten en het portfolio moet je laten zien dat je aan de competenties voor een assistent trainer voldoet. De uitleg hierover was wel handig, want nu weet ik alvast hoe ik die opdrachten moet gaan maken en in moet gaan leveren. Na deze uitleg kwam de techniek van de vlinderslag aan bod. Er werd verteld dat de beenslag bij de vlinderslag erg belangrijk is. De beenslag is leidend en moet continu door blijven gaan. Als trainer moet je er daarom voor zorgen dat kinderen eerst de beenslag goed beheersen, voordat je de armslag eraan toe gaat voegen. Jammer dat niet werd verteld hoe je dat goed kunt aanleren. We hebben nog wel naar een filmpje gekeken waarin de verschillende fasen van de vlinderslag werden verteld. Op zich wel handig, maar ik had dit filmpje zelf al heel vaak bekeken bij het maken van de voorbereidingsopdracht. Het voegde nu dus eigenlijk niks toe. Na de theorie van de vlinderslag, werd kort verteld hoe we moesten gaan popduiken. Dat moesten we namelijk daarna gaan doen.

In het zwembad begonnen we dus met popduiken. Voor deze cursus moet je daarvoor een certificaat halen. Ik had dit nog nooit gedaan, dus ik moest het doen met de korte uitleg die net was gegeven. We moesten een t-shirt en een broek aan en dan met z’n tweeën tegelijk gaan popduiken (er waren twee poppen). De poppen werden aan de zijkant van het bad in het water gegooid en we moesten dan aan de overkant met een hurksprong in het water springen. Je hoofd moest daarbij boven water blijven. Daarna moest je met je hoofd boven water richting de pop gaan zwemmen, vlakbij de pop naar beneden duiken en de pop naar boven halen. Daarna moest je met de pop weer terug zwemmen, waarbij je er natuurlijk wel voor moest zorgen dat het gezicht van de pop boven water bleef. Je kon het hoofd van de pop bijvoorbeeld met je handen bij de oren vasthouden. De pop werd door de medecursisten uit het water gehaald, dus daar hoefde je verder niet voor te zorgen. De hurksprong ging bij mij wel goed. Ik bleef netjes met mijn hoofd boven water. Ook het zwemmen met mijn hoofd boven water ging goed. Daarna werd het iets lastiger, want ik kreeg de pop niet helemaal soepel boven water. Maar goed, het lukte wel en ik kon ook rustig terug zwemmen. Blijkbaar had ik de pop niet helemaal goed vastgepakt (wat goed zou kunnen, want ik was al blij dat ik dat ding boven water had), want er werd gevraagd of ik het opduiken van de pop nog een keer wilde doen. Dat heb ik gedaan en daarna was het wel goed. :) Iedereen heeft het certificaat behaald. We moesten na het popduiken wel allemaal nog een hurksprong van het startblok maken, want blijkbaar was onze docent daar niet helemaal tevreden over. Ook vanaf het startblok was dat voor mij gelukkig geen probleem. Na het popduiken hebben verschillende medecursisten een stukje vlinderslag gezwommen. De anderen observeerden om te kijken wat er goed ging en wat niet. Bij bijna alle cursisten bleek de beenslag niet goed te zijn. De één zwom te vlak en de ander golfde juist te veel. Daardoor werd het zwemmen van de vlinderslag voor deze cursisten al snel zwaar. Zo zie je maar weer hoe belangrijk een goede vlinderbeenslag is. Na de vlinderslag waren er een paar cursisten die de start voor gingen doen. Alle starts zijn aan bod gekomen; eerst de trackstart, daarna de greepstart en als laatste de rugcrawlstart. De docent gaf aanwijzingen en vertelde wat er wel en niet goed ging. Daarna was het al weer tijd.
Wat ik jammer vond, was dat er dit keer weinig nieuwe dingen werden verteld. Er was ook geen aandacht voor het aanleren van bijvoorbeeld de vlinderslag of de start en er werd dit keer ook niets gedaan aan het lesgeven op zich. Dat vond ik de vorige bijeenkomst juist zo fijn en daarom miste ik dit wel.

Het laatste stukje theorie ging nog even over de verschillende starts. Daar kregen we weer een paar filmpjes bij te zien, die ik ook al had gezien toen ik de opdracht over de starts gemaakt heb. Daarna kregen we nog wat korte informatie over het MOZ. Dit plan is helemaal terug te lezen op de website van de KNZB, dus ook nu werd eigenlijk niet echt iets nieuws verteld. Als laatste werden de opdrachten voor de volgende keer uitgelegd. Dat was wel handig, want daar was een beetje onduidelijkheid over. Het was namelijk niet helemaal duidelijk hoeveel opdrachten er bij de laatste bijeenkomst horen. Het blijken er uiteindelijk drie te zijn, terwijl er eerst maar twee waren. Deze bijeenkomst moet nog wel komen, maar het is toch wel handig om dit nu al te weten. Dan kan ik daar in ieder geval al rekening mee houden. Zeker ook, omdat ik er bij die bijeenkomst niet bij kan zijn.

Als ik terugkijk op deze bijeenkomst, weet ik niet zo goed wat ik ervan geleerd heb. Ik heb weinig nieuwe dingen gehoord en ook de praktijk was dit keer niet echt gericht op lesgeven. Erg jammer, want dit was mijn laatste bijeenkomst en ik had graag nog iets willen leren. Gelukkig kun je met het maken van de opdrachten ook genoeg leren, dus dat zit wel goed. Maar het blijft toch jammer….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *