Trainerscursus – Bijeenkomst 4

Het was even doorwerken, maar het is uiteindelijk toch weer gelukt om de opdrachten in te leveren. Iets te laat wel (door de rapporten), maar goed. Afgelopen maandag was het weer tijd voor een bijeenkomst. De thema’s waren ‘rugslag’, ‘doelstellingen’ en ‘trainingszones’.

De avond begon met een stukje theorie over doelstellingen. De belangrijkste vraag daarbij was: Hoe formuleer je een goede doelstelling? Het antwoord was eigenlijk best simpel: SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijd). Nou ja, simpel…. Kort gezegd komt het erop neer dat een doelstelling heel concreet moet zijn (specifiek, meetbaar) en je moet goed nadenken over de haalbaarheid ervan (acceptabel, realistisch, tijd). Dat klinkt misschien niet zo heel ingewikkeld, maar een goede doelstelling formuleren is moeilijker dan je denkt (weet ik uit ervaring). Het volgende stukje theorie ging over trainingszones. We hebben hier 3 dingen besproken: aeroob (zuurstof), anaeroob (zonder zuurstof) en sprint. Dit heeft alles te maken met verschillende energiesystemen, capaciteit en vermogen. Een lang verhaal, maar het komt er in het kort op neer dat je bij het zwemmen verschillende energiesystemen gebruikt en traint (aeroob, anaeroob of sprint). Welk systeem er wordt getraind, heeft te maken met de afstanden die je zwemt (lang of kort) en ook hoeveel rust je daarbij hebt (veel of weinig). Een ingewikkeld verhaal, interessant ook, maar lastig om verder uit te leggen. Dus daarom laat ik het hier maar bij.

Na de theorie was het weer tijd voor de praktijk. We werden in twee groepen verdeeld. Iedere groep kreeg uitleg van één van de docenten. Onze groep kreeg eerst uitleg over de leergang van de rugslag. Dit kregen we de vorige keer bij de borstcrawl ook, maar nu werd het iets korter uitgelegd. Het begon weer met stroomlijnen, daarna de benen, dan de armen, enz. Dit mochten we zelf ook weer even ervaren. Ik vond het jammer dat de uitleg over de leergang zo kort was, want dit is nu juist iets waar je in de praktijk iets aan hebt. Na deze uitleg kregen we ook nog wat uitleg over de rugcrawl armen en benen. Bijvoorbeeld waarom de schouders mee moeten draaien en waarvoor de benen heel belangrijk zijn. Als laatste kregen we een stukje aerobe training (banen zwemmen met na elke baan 5 sec. rust, dit zo’n 7 minuten lang) en anaerobe training (4 x 1 baan sprinten met 1 minuut rust na iedere baan). Dit ter verduidelijking van het theoretische verhaal hierover. Duidelijk was het wel en een mooie bijkomstigheid: nu hadden we het gevoel toch nog een beetje getraind te hebben. :D

Na de praktijk kregen we nog een stukje theorie over de verschillende fasen van de rugslag (inzet, (glijfase), catchfase, trekfase, duwfase, uithaal, overhaal en bij de benen de downbeat en de upbeat). We hebben hier ook een paar filmpjes bij gezien. Bij de voorbereidingsopdracht moesten we deze fasen al beschrijven, dus de informatie die nu werd gegeven, was niet helemaal nieuw. Maar goed, het is wel belangrijk om de fasen goed te weten.

Er is bij deze bijeenkomst weer veel verteld. Wel veel theoretische verhalen, waarvan ik eigenlijk niet zo goed weet wat ik er in de praktijk mee kan (behalve het verhaal over de rugslag dan). Ik vond het allemaal wel weer interessant en leerzaam. De volgende bijeenkomst is over drie weken en dan komt o.a. de schoolslag aan bod.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *